Ter nagedachtenis aan mijn moeder, die in 2012 na een heel moeilijke periode overleed, schreef ik een boekje over hulpverlening aan mensen die de weg kwijt raken door psychische problemen. In Voorbij de grenzen van zelfredzaamheid onderzoek ik hoe je mensen zou kunnen helpen die een verstoord beeld van hun omgeving, hun innerlijk en hun toekomst hebben. Het boekje is bedoeld als een denkoefening voor iedereen die werkt met cliënten met aandoeningen als dementie, persoonlijkheidsstoornissen, eetstoornissen en verslaving. De cliënten uit deze groep zijn vaak niet voldoende in staat tot zelfregie, maar worden – met goede redenen – ook niet wilsonbekwaam verklaard. Naasten van deze cliënten maken zich vaak grote zorgen over de toekomst maar vinden te weinig gehoor bij hulpverleners die menen dat ingrijpen pas mag als het te laat is. Zowel in de fase van diagnose als in de hulpverlening wordt veel gebruik gemaakt van gesprekstechnieken. In dit boekje plaats ik daar kanttekeningen bij en daag ik hulpverleners uit om nieuwe benaderingswijzen te ontwikkelen.
In de pers
Zie ook: Weten is nog geen doen en Rapport Rekenkamer Rotterdam
Voor deze categorie cliënten zouden andere principes moeten gelden en het eerste principe dat Klaas Mulder suggereert is: daadwerkelijk, metterdaad, echt helpen. Niks op je handen zitten terwijl de cliënt het zelf probeert; gewoon als hulpverlener de handen uit de mouwen steken. De chaotische administratie sorteren, acute rekeningen betalen, een ijskast vol beschimmelde levensmiddelen leegmaken en ondertussen een beetje praten met de cliënt om te kijken wat hij of zij nog wel of niet begrijpt.
Margo Trappenburg, Marie Kamphuislezing 2019