Parallel aan de serie Sander en de Kloof organiseerde de VPRO een essaywedstrijd. Mijn eigenwijze inzending haalde de top vijf niet, en dat is ook niet zo gek als je vraagtekens plaatst bij de integriteit van mensen die bij de rijkste helft van Nederland horen: de Quote 5.000.000.
Er is geen kloof tussen arm en rijk. Er is een breed landschap, met een grote groep aan de ene kant, en een kleine groep aan de andere, en heel veel mensen die daar ergens tussenin zitten.
Als mensen de metafoor van de kloof gebruiken is het interessant om te kijken waar deze voorstelling van de werkelijkheid vandaan komt, en wat het ze oplevert. Dit wereldbeeld is het resultaat van nature en nurture. De mensen uit het midden zijn grootgebracht in instituties die precies dat aanbieden wat mensen uit het midden nodig hebben (er is geen Algemeen Vormend Onderwijs: Mavo, Havo en VWO zijn beroepsopleidingen voor mensen die later journalist, leraar of bestuurder worden). Die instituties hebben ze altijd verteld dat zij ‘the good guys’ zijn, de mensen die meer van hun leven gemaakt hebben dan de onderklasse en moreel ver verheven zijn boven iedereen die te rijk is geboren of geworden.
De goedheidswaan van de progressieve middenklasse brengt ze ertoe om te strijden voor arbeiders op thema’s waar die mensen zelf helemaal niet op zitten te wachten. En ze strijden tegen een ‘elite’ zonder te snappen dat de mensen aan de onderkant allang doorhebben dat de strijders wel erg goed voor zichzelf gezorgd hebben.
Om morele redenen is het heel dubieus om steeds maar weer te doen of de rijkdom van de 1% rijksten een ergere rijkdom is dan de rijkdom van de 50% van de Nederlanders die, anders dan de mensen waarvoor ze zeggen op te komen, een huis van hun ouders erven, fysiek gezond genoeg zijn om de tweeverdiener uit te hangen, onderwijs op maat krijgen, een paar keer per jaar op reis gaan en dan nog genoeg geld over hebben voor exorbitante luxe als boeken, concerten, cd’s en diners. En ondertussen maar blijven wauwelen over kansen, in plaats van over garanties voor een goed leven voor iedereen.
Het is vooral ook niet zo handig, want overal ter wereld zien we dat het precariaat (wie verzint zo’n woord?) geen vertrouwen heeft in publieke professionals die belastinggeld ophalen om het uit te geven aan mensen zoals zichzelf (en bij te lenen als het op is). En daarbij zichzelf een bijna grenzeloos mandaat geven om dingen te verplichten (zoals leerplicht en belastingafdracht) en verbieden (zoals wonen in vakantiewoningen). Je wint geen verkiezingen met vals moralisme, en als je geen verkiezingen wint kan je de wereld niet veranderen.
Wat te doen? Verhoog de erfbelasting. Bouw alleen sociale huurwoningen (dan komt er genoeg ruimte in de rest van de markt). Verkoop nooit meer grond. Sluit jongeren niet uit van universele mensenrechten, zoals het recht op arbeid. Zorg voor eerlijke arbeidsvoorwaarden (dus geen 53 vakantiedagen voor leraren in het Hbo!). Geef niet-publieke aanbieders van diensten (ondernemers, familie, vrijwilligers) precies dezelfde machtspositie als publieke aanbieders. Stop met elke vorm van zelfcontrole, zoals accreditatie van leraren door leraren. Probeer te snappen waar de machtelozen echt last van hebben: van ons, de Quote 5.000.000!